Over parasitisme en klonteraars
Parasitisme en het gebrek aan leiding vormen een dodelijke combinatie voor de slagkracht van elke organisatie.
Dit is een vorm van sabotage.
In een gezond team is iedereen een drager; in een zieke organisatie ontstaan parasieten. Dit zijn individuen die de vruchten plukken van het collectief zonder de lasten te dragen. Zij maken misbruik van sociale vangnetten en de welwillendheid van plichtsgetrouwe collega's. Wanneer een leidinggevende dit gedrag niet direct corrigeert, geeft hij het signaal af dat inzet optioneel is. Dit is het begin van morele corruptie: de standaard wordt niet langer bepaald door de beste man, maar door de zwakste schakel die ermee wegkomt.
Het gevaarlijkste fenomeen is het klonteren. Parasieten opereren zelden alleen; ze zoeken elkaar op voor rugdekking en validatie. Deze klonteraars creëren een subcultuur van middelmatigheid waarin nietsdoen de norm is. Ze beschermen elkaar, praten elkaars verzuim goed en keren zich collectief tegen iedereen die wel hard werkt, omdat diegene hen dwingt tot een spiegel die ze niet willen zien. Een klontergroep fungeert als een zwart gat dat energie en motivatie uit de omgeving wegzuigt.
Zolang een leider niet bereid is om deze klonters met chirurgische precisie open te breken, zal er niets veranderen. In een gezonde omgeving wordt dit opgelost door "peer pressure" en directe confrontatie: je laat de groep de prijs betalen voor het falen van het individu, waardoor de klonter vanzelf onhoudbaar wordt. In de meeste organisaties ontbreekt vaak de moed voor deze harde hand, waardoor de parasiet floreert ten koste van de weerbaarheid van het geheel.
De uitweg begint pas wanneer leiders ophouden te hopen dat het systeem zichzelf corrigeert. Klontering verdwijnt niet door goodwill, maar door actief ingrijpen. Dat betekent: rollen haarscherp maken, prestaties zichtbaar maken en consequenties verbinden aan gedrag. Teams moeten weer voelen dat inzet loont en dat meeliftgedrag direct wordt afgestraft door de groep én door de leiding. Pas wanneer de normdragers worden beschermd en de parasieten hun schuilplaatsen verliezen, kantelt de cultuur. Een organisatie herstelt niet door zachtheid, maar door het herstellen van rechtvaardigheid — en dat vraagt om leiders die durven snijden voordat het weefsel afsterft.
