De architectuur van de afbraak: waarom kortetermijndenken sloopt
De politiek functioneert in cycli van vier jaar — de lengte van een regeerperiode. Hierdoor verschuift de focus naar korte termijn successen en beeldvorming, gericht op herverkiezing of een volgende carrièrestap. Een visie voor de komende veertig jaar ontbreekt vaak, omdat de vruchten van langetermijnbeleid pas zichtbaar worden wanneer de huidige machthebbers al uit beeld zijn verdwenen.
Deze kortzichtigheid wordt mede gevoed door de burger zelf. Kiezers stemmen vaak vanuit direct eigenbelang: de vijftigplusser voor pensioenzekerheid op korte termijn, de vermogende stemmer van VVD voor belastingvoordeel vandaag. Slechts zelden wordt gestemd met het oog op de wereld waarin hun kleinkinderen zullen leven. Het gevolg is een opeenstapeling van crises die systematisch wordt doorgeschoven naar volgende generaties. Onze kinderen erven een woningmarkt die onbetaalbaar is geworden door decennia van beleidsfouten, en een fragiele Europese samenhang door een gebrek aan sociale cohesie en consistente langetermijnvisie op migratie.
Deze cultuur van uitputting zet zich door in het bedrijfsleven en op de werkvloer. Ook hier domineert de korte termijn: kwartaalcijfers en efficiency wegen zwaarder dan menselijke biologie. Neem een werknemer die aangeeft dichter bij huis te willen werken. Wanneer een werkdag inclusief reistijd oploopt tot tien uur, ontstaat het fenomeen van de 'active couch potato': zelfs wanneer iemand 's avonds sport, compenseert dat niet de schade van acht uur fysieke inactiviteit. De stofwisseling vertraagt en bloedvaten staan langdurig onder statische belasting. Tegelijkertijd claimen organisaties duurzaamheid na te streven.
Wanneer een manager vervolgens een statafel aanbiedt als oplossing voor fysieke uitputting, is dat symptoombestrijding. Het is een goedkope pleister die de illusie van zorg creëert, terwijl de werkelijke oorzaak — een structureel ongezonde combinatie van lange reistijden en chronische inactiviteit — blijft bestaan. Twee uur reizen bovenop een werkdag verhoogt het cortisolniveau en neemt tijd weg die essentieel is voor kwalitatieve rust.
We behandelen onszelf en onze kinderen als productiemiddelen in een systeem dat is ontworpen voor directe winst, terwijl de biologische en maatschappelijke kosten worden doorgeschoven naar de toekomst.
